Als ik een euro had gekregen voor elke keer dat ik het afgelopen anderhalf jaar deze zin heb gehoord, kon ik nu een heerlijke vakantie boeken.

Ik geef Duncan namelijk zo weinig mogelijk suiker. En dat wordt tegenwoordig nog al eens gezien als verkapte kindermishandeling. Want “wij zijn toch ook groot geworden met chocopasta en Brinta met een flinke schep suiker?”. En tuurlijk, ik zal de laatste zijn om te zeggen dat de manier waarop het vroeger ging volledig slecht is maar inmiddels is er zoveel bekend over suiker en wat het met je lichaam doet, dat ik als moeder anders kies.

Duncan kreeg pas toen hij zes maanden oud was zijn eerste vaste voeding. Niet door de blender of in een papje gestoomd maar gestoomde, zachte groente in z’n geheel. Duncan’s eerste vaste eten was gestoomde broccoli volgens de Rapley-Methode (in Nederland heeft Stefan Kleintjes een soortgelijke methode).

Rapley in het kort; Jill Rapley is een enorm voorstander van borstvoeding (Flesmoeders niet afhaken nu! Ik behoor niet tot de borstvoedingsmaffia!) en stelt dat het beste voor een baby is om het eerste half jaar uitsluitend borstvoeding te krijgen. In mijn geval kon ik geen borstvoeding geven en heeft Duncan de fles gehad de eerste zes maanden. Het is een gezonde, slimme dreumes geworden dus wat mij betreft geen bezwaar. (Dat ik graag borstvoeding had willen geven is een ander verhaal). Na de eerste zes maanden bied je dus direct vast voedsel aan. Dit heeft verschillende voordelen. Zo ontwikkelt de baby heel snel een goede mondmotoriek en leert hij/zij vanaf het begin verschillende smaken kennen.

Onderzoekt wijst uit dat het eten dat je de baby op jonge leeftijd geeft, het eetgedrag op latere leeftijd beïnvloedt. Baby’s die direct al in aanraking komen met veel verschillende smaken en texturen, lusten later vaak ook meer soorten voedsel. Natuurlijk kunnen ook Raply-baby’s door een fase gaan van niet-eten maar hoe meer ze kennen, hoe meer verschillende dingen eten. Ik durf het bijna niet te schrijven uit angst dat ik het nu ga jinxen maar Duncan lust echt bijna alles. Als hij nu aangeeft dat hij iets vies vindt, rauwe tomaat en bietjes, dan laat ik hem gewoon en probeer het een tijdje later nog eens.

Een van de belangrijkste uitgangspunten van Rapley is dat baby’s heel goed in staat zijn om zelf het tempo en de hoeveelheid te bepalen. Zo laat je de baby zelf eten op eigen tempo (nee, dit duurt echt geen uren) en bepaalt hij/zij ook wanneer het genoeg is. Als ik mensen hierover spreek dan krijg ik al snel te horen dat ze bang zouden zijn ze te weinig binnen zouden krijgen of dat het dus uren zou duren. Dan beroep ik me altijd op het (oude?) spreekwoord “food under one is just for fun”. Een baby kan heel goed het eerste jaar op alleen borstvoeding/flesvoeding overleven. Dus alles waar je ze in het eerste jaar mee laat kennismaken is winst!

In de ontwikkeling van baby’s ligt dat ze het de wereld ontdekken door met hun mond te ontdekken (‘Nee, niet die vieze sleutels in je mond!’) maar ook dat ze de omgeving om zich heen gaan kopiëren. Door de baby zelf het tempo en de hoeveelheid te laten bepalen, kan de baby het eten langzamerhand ontdekken. Door een kind te voeren leer je het op een passieve manier met eten om te gaan. Onderzoek wijst uit dat een duidelijke relatie bestaat tussen passief eten en obesitas. Door zelf de controle te hebben om te stoppen wanneer hij/zij vol zit (in plaats van tijdens het voeren ‘Nog een paar hapjes dan is je bordje leeg’) leren ze aan dat ze kunnen stoppen als ze dat willen. Ze zijn zich dus niet continue aan het ‘over-eten’.

Fruit en groente zijn super geschikt om met de Rapley methode mee te beginnen. Wij zijn zelf met Duncan begonnen met groente omdat we hem eerst aan andere smaken wilden laten wennen dan gelijk het zoete van fruit. De baby moet gaan ontdekken welke kleuren, vormen, smaken en texturen hij lekker vindt. Bij Rapley biedt je stukken groente en fruit als geheel aan. Het hoeft niet in mondformaat gesneden te worden. De baby moet het goed kunnen vasthouden. Denk bijvoorbeeld aan een klein stronkje broccoli. Nog een mooie bijkomstigheid, deze methode is ook enorm goed voor de fijne motoriek omdat de oog-hand coördinatie heel snel heel goed wordt. Dit geldt ook voor de pincetgreep (succes met de doperwten jongen!) Tuurlijk wordt het soms een rommeltje maar voor ons weegt het niet op tegen de voordelen die we er van hebben.

Suiker is van de duivel! Nee wees niet bang, nu komt niet de bible-belt overtuiging naar boven, het is een beetje een inside-joke, sorry! Maar zonder dollen, suiker doet weinig voor je lijf. De natuurlijke suikers uit fruit natuurlijk wel (hoewel ook met mate) maar alle andere suikers zijn gewoon niet goed voor je. Dus Duncan krijgt in plaats van een plak cake bij oma een banaan of een appel, geen limonade of andere sappen (tenzij uit onze slowjuicer) en weet je, hij mist het ook niet. Hij heeft er geen weet van dat dit alles bestaat en is nu helemaal gek op fruit en water. Is hij daarmee zielig? Ik denk het niet. Hij kan heel z’n leven nog bakken suiker eten, hij is nog geen twee! Maar dat is soms dus moeilijk te begrijpen voor anderen. Tja, boeiend dan! En tuurlijk krijgt hij wel eens een Nijntje-koek (ook ik ben een ontaarde moeder 😉 maar zoete koeken, chocopasta, chips, snoepjes, limonade krijgt hij niet. Een banaan, granaatappelpitjes, mango, appels, peren en alle andere (biologische) stukken fruit dus wel, en daar is hij heel blij mee.

Tot op heden werkt de Rapley-methode heel erg goed voor Duncan. Hij eet (heel vaak) netjes met een vork of een lepel, lust zo goed als alles en geeft goed zijn grenzen aan.

Hoe hebben jullie je kindje laten wennen aan vaste voeding? Hebben jullie ervaring met deze methode?